‘Gay Pride’: allemaal binnenblijven!
(als het niet te heet is)
Ton Geurtsen
juli 2006
Het heeft me al zo vaak verbaasd, dat homotrots zo moest worden uitgedragen. Met bootjes door de Amsterdamse grachten en aangegaapt worden door een publiek dat zich wat opgeilt aan bloot of nog steeds niet helemaal weet wie ‘ze’ zijn. Het gaat verder nergens over en dat hoeft ook niet. Vrolijkheid en genot hebben geen hoger doel, maar zijn belangrijk in zichzelf. En er is waarschijnlijk geen groep die dit zo tot deel van de dagelijkse leefstijl heeft gemaakt als homoseksuelen.
Maar als je wil getuigen van trots, dan moet er wel iets zijn om trots op te kunnen wezen. Wat zou dat nou toch kunnen zijn? Om dat te vinden, moet ik echt terug in de tijd.
Alweer lang geleden deed ik mijn eerste schuchtere pogingen ingewijd te worden in een nieuw (homo)bestaan. Er ging een wereld open, van het uitgaan, van de seks op allerlei locaties, van de vriendjes en verliefdheden. Ik was toen redelijk braaf, maar achter mijn rug om begon zich langzaam een drama te voltrekken – van aids.
De vrijheid was ongekend groot voor mensen die door de geschiedenis heen vervolgd werden, met een roze driehoek in concentratiekampen verdwenen, die na de oorlog nog steeds als gedegenereerden werden gezien. Maar in de nasleep van eind jaren zestig – de verbeelding aan de macht – brak de vrijheid door.
Vrijheid uit zich eerst in individueel plezier, maar als het goed is ook in wat men tegenwoordig als ouderwets schijnt te beschouwen: solidariteit. Ik maakte destijds deel uit van groepen die spraken over homobevrijding en verwantschap hadden met andere maatschappijkritische bewegingen als het feminisme. Soms zelfs met (vrijheidslievend) socialisme. De eerste homodemonstratie in Amsterdam was een doorbraak. Toen werd er inderdaad trots betoond en werden eisen gesteld. Elk jaar vond de homodag opnieuw plaats, met steeds een ander strijdpunt.
Maar langzamerhand keerde het tij, want de emancipatiepoot verloor terrein. Er werden wettelijke rechten vastgelegd, steeds meer mensen kwamen ‘uit de kast’ en uiteindelijk mocht men zelfs trouwen. En dan slaat het conservatisme toe. Niet alleen viel er weinig meer te eisen, althans in Nederland, een deel begon een vijand te zien in groepen die emancipatie net zo hard nodig hebben, in het bijzonder moslims. Wie zich de populariteit van Pim Fortuijn onder nogal wat homoseksuelen herinnert en de scheldpartijen jegens islamieten volgt onder een deel van de lezers van de Gay Krant, weet genoeg. Het is het lot van veel emancipatiebewegingen: de maatschappijkritiek dooft uit en men gaat zich gedragen als bevoorrechten die nu anderen de les lezen.
Zelfkritiek is onder homo’s een schaars goed geworden. In plaats van zich af te keren van engagement of met de vinger naar anderen te wijzen, zou er alle reden tot zelfonderzoek zijn. Waarom schaamt men zich eigenlijk niet voor de wijze waarop zoveel soortgenoten ten onder zijn gegaan?
Aids was oorspronkelijk een homoziekte, maar nu niet meer, zegt men. Alleen al daarmee draait men zich een rad voor ogen. Want aids is wel degelijk nog steeds een leefstijlziekte die voornamelijk homoseksuelen treft. Dat mag alleen niet gezegd worden, want dan ben je een moralist. Historisch is dat begrijpelijk, omdat homo’s sinds de jaren zeventig voorgoed genoeg hadden van moraalridders. Maar wat is er toch op tegen om tegen jezelf of elkaar te zeggen dat er gevaar dreigt als je zo doorleeft? Het enige excuus dat te bedenken valt, is dat ze er ook niet toe worden gestimuleerd. Want zolang men het maar over hiv heeft, blijven de drugs en andere gezondheidsschadende gewoonten buiten discussie. En ach, als het toch fout gaat – we hebben nu toch medicatie?
Van een beweging met een strijdbare traditie zou je verwachten dat er eindelijk eens meer mensen opstaan die de waarheid onder ogen durven zien: dat homoseksuelen zich dramatisch hebben vergist. In plaats daarvan worden critici doodgezwegen of tegemoet getreden met leeghoofdige kwalificaties als ‘aidsontkenners’. Poppers snuiven, AZT gebruiken – allemaal best zolang je maar een condoom om doet. Alom heerst sperma-angst.
Nee, er is geen reden voor een gay pride. Bij het woord trots draait dan toch echt mijn maag om. Gay shame zou een betere uitdrukking zijn. De emancipatie van de jaren zeventig is kapot. De decennia die volgden zijn een vervolg op hoe het altijd was: vervolgd worden. Het is alleen zo stuitend dat men er zelf aan meewerkt.
In het eerste weekend van augustus laat ik me niet zien bij deze rituele parade. Het is beter om je in stilte te zitten schamen. Voor een beweging die is vervallen van emancipatie tot zelfdestructie.
|