AIDS dissidenten: verblind door pseudowetenschap of stellen ze de verkeerde vragen?
Pat Sherman
Uit: Gay & Lesbian Times, 7 juni 2007
Vertaling: Gert
Het lijkt even onwaarschijnlijk als de bewering dat de maanlanding in scene is gezet in een grote studio. Het is de samenzweringstheorie die een einde maakt aan alle samenzweringstheorieën. Desondanks betoogt een groep hoog aangeschreven wetenschappers dat het waar is: dat HIV niet de oorzaak is van AIDS en dat farmaceutische bedrijven, overheden en AIDS-onderzoekers samenspannen om de waarheid te onderdrukken en de miljarden-melkkoe in stand te houden.
Tot deze groep van ‘AIDS ontkenners’, zoals ze door het wetenschappelijk establishment kleinerend worden aangeduid, behoren Nobelprijswinnaars, Afrikaanse historici, chemici, statistici en virologen.
Zij stellen dat de eerste gevallen van AIDS in de V.S. niet werden veroorzaakt door een HIV infectie die door onbeschermde seks werd verspreid, maar door gebruik van verboden drugs, het snuiven van amylnitraat en blootstelling aan antibiotica als bescherming tegen geslachtsziekten die in de jaren zeventig woekerden; een hypothese die al aan het einde van de tachtiger en begin negentiger jaren werd gehanteerd, maar waarvan AIDS-onderzoekers meenden dat die niet meer voorkwam.
“De AIDS-dissidente beweging stelt in beginsel dat elke wetenschapper, iedere medicus en elke clinicus van al die honderdduizenden die zich wereldwijd professioneel met deze materie bezighouden ofwel een kwaadaardige hufter is die alles doet voor geld, of dat wij allemaal idioten zijn," stelde AIDS-onderzoeker John P. Moore, professor microbiologie en immunologie aan de Universiteit van Cornell en ontvanger van de ‘Freedom To Discover’ subsidie ter waarde van 500.000 dollar van Bristol-Myers Squibb, fabrikant van AIDS-medicatie. Moore is ook de man die door HIV-dissidenten wordt aangeduid als de meest ‘onbeschaamde’ woordvoerder voor het AIDS establishment.
Ondanks de geloofwaardigheid van de dissidente wetenschappers heeft elk van hen, in meerdere of mindere mate, te maken gekregen met in diskrediet brengen, excommunicatie of het etiket opgeplakt krijgen van ‘idioot’ of het produceren van pseudowetenschap vanwege het ter discussie stellen van een correlatie tussen HIV en AIDS. In een artikel van maart 2006 in Harper’s Magazine kreeg de theorie serieuze aandacht. Hoewel de publicatie 22 jaar later kwam dan de aankondiging van de ontdekking van HIV door de minister voor gezondheid in de regering Reagan, Margaret Heckler, en viroloog Robert Gallo en je zou verwachten dat er uit het HIV/AIDS establishment met verveling zou worden gereageerd, veroorzaakte het artikel echter een wereldwijd alarm onder hen die actief zijn op het gebied van HIV/AIDS.
HIV opleiders en onderzoekers kwamen snel in actie en vielen de argumenten aan in het artikel ‘Out of Control: AIDS and the Corruption of Medical Science’ [vrij vertaald ‘Stuurloos: AIDS en de Knoeierij van de Medische Wetenschap’, red], geschreven door de al geruime tijd AIDS-dissidente Celia Farber. Media van The Nation tot de New York Times veroordeelden het verhaal, maar gaven desondanks toe dat de eerste helft van het artikel, waarin grove mishandeling bij proeven met HIV-medicatie in Afrika en de Verenigde staten aan de kaak wordt gesteld, een deugdelijk stuk onderzoeksjournalistiek was. De Columbia Journalism Review maakte enerzijds Harper’s belachelijk door te spreken van “over de rand van het ravijn racen”, maar gaf anderzijds enige waardering voor de eerste helft van Farber’s artikel: “Haar argument is dat AIDS een industrie geworden is en dat er een zekere mate van slordigheid is ontstaan bij het zoeken naar nieuwe antiretroviale medicijnen.” Tot zover akkoord, maar als dit het enige zou zijn dat Farber ons duidelijk wilde maken zou het weinig indruk maken.
Het was echter niet het enige dat de voormalig verslaggever van Spin Magazine duidelijk wilde maken. Ze citeert daarbij de man die wordt beschouwd als de grondlegger van het AIDS-dissident denken, Peter Duesberg, moleculair en celbioloog aan de Universiteit van Californië in Berkeley, en Farber schildert een grimmig beeld van een winstbeluste farmaceutische industrie, die bewust het ‘valse’ begrip promoot van HIV dat AIDS veroorzaakt om hun giftige medicijnen uit te venten; medicijnen die door Farber, Duesberg en andere AIDS-dissidenten worden aangeduid als de huidige oorzaak van AIDS in de V.S. en Europa.
Moore en een groep onderzoekers en AIDS-activisten startten onmiddellijk een tegenactie jegens Harper’s. Ze eisten herroeping met minstens 50 correcties en verhelderingen en het team lanceerde zijn eigen website, aidstruth.org, om Farber’s beweringen te weerleggen. Ze beperkten zich niet tot het alleen maar weerleggen van de dissidente argumenten maar de site bevat ook speculaties ten aanzien van Duesberg’s veronderstelde homofobie en een sectie ‘humor’, met ondermeer ‘Crank How to – a definitive step bij step guide’ (i.e. ‘Step one: Develop a wacky idea’) [ vrij vertaald: ‘Hoe wordt je maf – een complete stap-voor-stap handleiding’ (‘Stap 1: Ontwikkel een idioot idee’)].
“De reden waarom we deze mensen op de hak nemen is dat zij mensen om het leven brengen,” stelde Moore. “Als je iemand ervan overtuigt dat HIV onschuldig is en die persoon gaat dan aan onveilige seks doen of gebruikt geen werkzame medicatie, vermoord je die persoon. We wilden deze onzin niet opnieuw in de grote Amerikaanse media zien verschijnen.”
Moore en anderen hebben de dissidenten met geestdrift belachelijk gemaakt, maar de meerderheid van hen die actief zijn op het gebied van HIV/AIDS weigeren over het onderwerp te spreken of vragen over de mysterieuze aard van HIV te beantwoorden.
Op de vraag om een antwoord op de dissidente beweringen stelt een woordvoerder van het UCSD Antiviral Research Center het volgende: “Een aantal onderzoekers aan het Medical Center […] [en] School of Medicine zijn het er over eens dat deskundigen niet meer in discussie moeten gaan met HIV-ontkenners, gezien de overweldigende hoeveelheid wetenschappelijk bewijs dat HIV de oorzaak is van AIDS en de onwil van deze HIV-ontkenners om dit overweldigende bewijs te aanvaarden.”
Een HIV-onderzoeker uit San Diego die heeft meegewerkt aan proeven met HIV-medicijnen wilde de dissidente gezichtspunten wel becommentariëren onder voorwaarde dat zijn anonimiteit beschermd zou worden.
“Het is heel begrijpelijk dat iemand het bestaan van dit verschrikkelijks wil ontkennen, in het bijzonder als je erdoor getroffen bent,” zegt hij. “Ontkenning is een fundamenteel menselijk psychologisch beschermingsmechanisme. Je kunt ze echter gewoonlijk niet met overtuigingskracht uit hun ontkenningsfase praten. Dat lukt nooit en hoe meer bekendheid ze krijgen en hoe vaker mensen dit naar voren brengen als een rechtmatige theorie, hoe meer aandacht ze krijgen en hoe meer schade ze aan de gemeenschap berokkenen.”
Natuurlijk zou een wetenschapper als Duesberg, een gezaghebbend professor in moleculaire en celbiologie aan de Universiteit van Californië in Berkeley, ontvanger van de Outstanding Investigator Grant van de National Institutes of Health en ooit een gewaardeerd expert op het gebied van retrovirussen, alles te winnen hebben als hij het kamp van de ontkenners de rug zou toekeren.
“Ik zou me eenvoudig kunnen aanpassen,” vertelde Duesberg de Gay & Lesbian Times. “Ik zou direct weer aan de top staan.”
Sinds hij begon het geaccepteerde model van HIV in 1987 in twijfel te trekken heeft Duesberg geen cent meer uit overheidsfondsen ontvangen. “Sinds ik HIV/AIDS ter discussie stel doceer ik alleen nog laboratoriumtechniek,” zegt hij. “Ik heb in 15 jaar geen promoverend student meer gehad. Sommige studenten, die beslist anoniem willen blijven, vertellen me dat ze het volgende te horen krijgen. ‘Het heeft je veel tijd en geld gekost om tot Berkeley te worden toegelaten. Duesberg ligt niet op jouw pad.... Hij is het einde van je carrière.´ Mijn excommunicatie is grondig tot stand gebracht.”
Niet al Duesberg’s werk is echter terzijde geschoven. Hij was al bekend door als eerste in 1970 het kankergen te isoleren en zijn theorie dat kanker wordt veroorzaakt door afwijkingen in de chromosomen, niet de genen, werd dit jaar in Scientific American gepubliceerd. Hoewel zijn ideeën geprezen werden dekte het tijdschrift zich zorgvuldig in met betrekking tot Duesberg’s impopulaire HIV theorieën door hem in een redactioneel stuk af te schilderen als ‘een paria met goede ideeën’.
Gevraagd naar zijn mening over waarom AIDS, als het niet wordt veroorzaakt door een virus dat zich verspreidt via anaal geslachtsverkeer, in eerste instantie werd gevonden in homoseksuele mannen en niet bij Liza Minnelli en andere heteroseksuele ‘bewoners’ van de ‘Studio 54 drugsgemeenschap’, lijkt Duesberg’s antwoord meer te zeggen over zijn veronderstelde conservatisme dan serieuze ideeën over wetenschap.
“Je vindt het niet bij de hele homoseksuele bevolking,” zegt hij. “Het betreft een heel kleine minderheid van homoseksuelen die vanuit het midden-westen en zo naar San Francisco of New York gaan en zich daar staande proberen te houden als homomannen. Er is onderlinge druk om 20 tot 30 dates in een weekeinde te hebben en leren jacks te dragen ... God mag het weten.“
"Om zoveel seks te hebben", beweert Duesberg, "verwierven homo's een onstilbare trek in giftige drugs".
“Heteroseksuelen gaan gewoonlijk trouwen of samenwonen, dus in dat opzicht betekent dat het einde van het feest, “ zegt Duesberg. “Wat we bij HIV de latente periode van tien jaar noemen is een eufemisme voor de periode die nodig is om onomkeerbare schade te veroorzaken door drugsgebruik. Hetzelfde geldt voor alcohol; hetzelfde geldt voor roken.”
Hangende vragen
Dissidenten beweren dat HIV nog nooit is geïsoleerd.
“Ik weet niet of HIV bestaat of niet,” zegt Henry Bauer, gepensioneerd professor electrochemie aan de Virginia Tech en auteur van The Origins, Persistence and Failings of HIV/AIDS Theory. “Duidelijk is dat HIV-tests geen virusdeeltjes vinden ... alleen afweerstoffen – en het is duidelijk dat ze nimmer zijn geïsoleerd.”
Duesberg stelde dat het probleem met HIV is dat het aanzienlijk verschilt van andere typische virussen, die snel reproduceren. De gemiddeld benodigde periode van tien jaar die nodig is om van HIV-besmetting tot AIDS-diagnose te komen is merkwaardig, meent hij.
“Er kan geen langzaam virus zijn,” stelt hij. “Mocht dat bestaan dan verdient de ontdekker de Nobelprijs voor virologie en biochemie... Een virus reproduceert zich als een biologische kettingreactie. Het verdubbelt zijn presentie elke twintig minuten. Dit is geen proces dat je kunt vertragen of stoppen... Op geen enkele manier kan dit proces tien jaren worden vertraagd... Ze blijven om het onderwerp heen draaien met mensen als [Pawel] Liberski die ‘trage virussen’ uitvindt, wat feitelijk een uitdrukking is voor niet weten wat er gebeurt.”
Moore kenmerkte Duesberg’s verklaring als “pure onkunde”.
“Het geeft gewoon aan dat hij de HIV-literatuur niet leest of niet begrijpt,”zegt Moore. Het is gewoon een onnozele bewering, gebaseerd op hoe hij meent dat een virus zich zou moeten gedragen. Hij heeft geen [...] recht te beweren dat hij alles weet over de wisselwerking van elk virus met het immuunsysteem van ieder mens of dier... Waar is de virologische wet waarin wordt gesteld dat wisselwerking van een virus met een ander organisme maar op één specifieke manier kan plaats vinden? [...] Dan kun je ook zeggen dat alle zoogdieren gelijk zijn of dat alle planten identiek zijn. Dat zijn ze niet.”
Bauer maakt deel uit van een groep wetenschappers die zich interesseren voor twijfels over orthodoxe standpunten in de wetenschap. Hij vertelt dat hij zich recentelijk heeft verdiept in wat hij meent dat de meest uitgebreide verzameling van HIV-testgegevens is die tot op heden is geanalyseerd, inclusief bestanden van de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) en medische periodieken bij Virginia Tech.
Bauer meent dat het niet overdracht door geslachtsverkeer is dat iemand vatbaar maakt voor HIV-infectie, maar raciaal bepaalde genetische factoren.
“De HIV teststatistieken tonen niet wat je krijgt van een seksueel overdraagbaar agens,” zegt Bauer. “Naar welke groep je ook kijkt, zwangere vrouwen, mariniers, bloeddonoren en zo voort, de variatie in de waarschijnlijkheid van een positieve HIV-test met AIDS is identiek...”
“Over de hele linie”, zegt Bauer, “is het grofweg zo dat Afro-Amerikanen vijfmaal of vaker HIV-positief bevonden worden dan blanke Amerikanen; Aziatische Amerikanen worden ongeveer tweederde zo vaak positief getest als blanke Amerikanen... Onder homoseksuelen vind je deze raciale verschillen in gelijke mate, hoewel minder sterk.”
Bauer geeft echter toe dat het hoge percentage HIV-positieven onder homoseksuele mannen iets is dat nader onderzocht zou moeten worden. “Er zijn een heleboel homoseksuele mannen die al twintig jaar HIV-positief zijn zonder ziek te worden en zonder antiretrovirale medicatie,” zegt hij.
De tijd zal het leren
Bauer wijst op talrijke gevallen in de geschiedenis waarbij lang geldende wetenschappelijke theorieën onjuist zijn gebleken. In 2005 bijvoorbeeld wonnen twee Australiërs de Nobelprijs voor geneeskunde voor het bewijs dat maagzweren worden veroorzaakt door bacteriën en niet door stress; een voorheen afgewezen theorie. In 1976 werd een Nobelprijs toegekend aan onderzoekers die hadden bewezen dat Kuru (trilziekte, red), een hersenaandoening die ontdekt werd bij Papoeas op Nieuw Guinea, niet werd veroorzaakt door een lentivirus, wat ook HIV wordt verondersteld te zijn, maar door prionen; de oorzaak van de Gekkekoeienziekte.
AIDS in Afrika; een andere ziekte?
Charles Geshekter, econoom en Afrika-specialist aan de faculteit geschiedenis van de Staatsuniversiteit van Californië in Chico bekritiseert al lang de definitie van AIDS in Afrika en stelt dat het “geen microbiologisch probleem is dat kan worden beheersd door seksuele onthouding (sexual Abstinence), gedragsverandering (Behavior modification), Condooms (het zogenoemde ABC van AIDS-bestrijding) en medicatie”, maar een verkeerde benaming voor een aantal al langer bestaande aandoeningen zoals diarree, hoge koorts, gewichtsverlies en droge hoest.
Geshekter baseert zijn visie op zijn reizen in de Hoorn van Afrika, onder meer Ethiopië en Somalië, in de zeventiger en tachtiger jaren. Hij vraagt zich af hoe het AIDS establishment aan zulke concrete statistische gegevens over Afrika komt.
“Ik ben me er altijd van bewust geweest hoe moeilijk het was om in Somalië aan goede, betrouwbare statistische gegevens te komen over deze dingen,” zegt Geshekter. “Ik begon me af te vragen ‘Waar halen ze die cijfers vandaan? Hoezo zijn die zo betrouwbaar en accuraat over het aantal gevallen van AIDS in Congo, Oeganda, Rwanda of Tanzania? Ik wist dat het bijhouden van statistische gegevens in Afrika erg wisselvallig was, heel ongeregeld... Afrika heeft het laagste aantal betrouwbare statistieken voor epidemiologie, sterfgevallen en ziekte, door het tekort aan gezondheidswerkers en het gebrek aan infrastructuur om dergelijke gegevens te bemachtigen.”
Na de kwestie onderzocht te hebben begin Geshekter te twijfelen aan de definitie van AIDS in Afrika zoals vastgelegd bij de conferentie van de World Health Organization in 1985.
“In 1985 werd er nog nauwelijks op HIV-afweerstoffen getest in Afrika, zodoende kwam men met een definitie van klinische symptomen, een praktische definitie van AIDS. Toen ik zag wat de symptomen waren realiseerde ik me dat ik die symptomen iedere keer had dat ik in het binnenland van Somalië werkte: hoge koorts, doorlopend hoesten, chronische diarree gedurende veertien dagen en tien procent gewichtsverlies in acht weken... Het is nooit voorgekomen dat ik in het binnenland in Somalië werkte, kamelenmelk drinkend en onvolwaardig etend, onder de tropische zon, dat ik niet leed aan al deze symptomen. Aangezien ik geen Afrikaan ben kon ik dan weer op een vliegtuig stappen en naar Chico terugkeren, waar ik weer genas van ‘AIDS’. Er was dus iets onlogisch, inconsequent en verneukeratief aan de hele definitie.”
Moore en anderen verklaren echter dat de symptomen van AIDS in Afrika overeenkomen met bestaande ziektes door de manier waarop AIDS werkt.
“Waaraan iemand met een beschadigd immuunsysteem lijdt hangt af van heersende infecties in de tijd en plaats waar hij of zij woont – opportunistische infecties die in het algemeen niet het leven kosten,” zegt Moore. “In Afrika is tuberculose een heel gebruikelijk doodsoorzaak van AIDS aangezien het daar veel meer voorkomt dan in Europa en Noord-Amerika. Veel van de mensen die nu in Afrika sterven doen dat als gevolg van multi-drug resistant (resistent tegen meerdere geneesmiddelen, red) vormen van tuberculose.
Geshekter stelt verder vragen bij de verspreiding van AIDS in Afrika. Hij stelt dat het beeld van Afrika als seksueel promiscue gemeenschap niet overeenkomt met zijn observaties in het land.
“Het week compleet af van alles wat ik gezien en gehoord heb met betrekking tot seksuele activiteit in het algemeen in Afrika, [...] dat Afrikanen wild promiscue zijn voor wie ontrouw aan de partner en geregeld losse contacten te hebben deel van hun cultuur uitmaakt. Dat beeld is totaal fictief en gevormd uit verzinsels van mensen die zelf heel weinig tijd in Afrika hebben doorgebracht.”
Wetenschap of religieuze kruistocht?
Eerder dit jaar werd Geshekter uitgenodigd zijn uitgangspunten te bespreken met andere dissidenten en AIDS-onderzoekers in Mexico-Stad, vooruitlopend op de internationale AIDS Conferentie die in 2008 in Mexico-Stad wordt gehouden.
Ricardo Rocha, een ervaren journalist bij TV Azteca, had een televisiedebat gepland tussen dissidenten en AIDS-onderzoekers als onderdeel van een drie uren durende reeks van vraagstelling bij de bestaande HIV/AIDS-wetenschap.
De onderzoekers stemden er mee in het debat te voeren onder voorwaarde dat zij daaraan voorafgaand een uur zendtijd kregen om de gangbare AIDS-theorie te verklaren en de dissidente stellingen te weerleggen. Toen hun tijdsdeel was verstreken weigerden de Mexicaanse onderzoekers te blijven voor het televisiedebat.
“We volgden dit live vanuit een andere ruimte,” herinnert Geshekter zich. Toen Ricardo zei ‘We krijgen de gelegenheid om zo dadelijk de werking en giftigheid van Nevirapine, AZT en nog veel meer chemicaliën die aan mensen worden gegeven om HIV te bestrijden’, zeiden ze ‘We blijven niet voor het volgende deel van de uitzending’. Ricardo probeerde schaamte bij ze teweeg te brengen. Hij vertelde ze ‘Als u er niet bent zal ik uw vier lege stoelen met uw namen er op in beeld brengen en de kijkers uitleggen waarom u er niet bent.’
Na afloop van het programma haastten ze zich weg via de achterdeur’.”
Geshekter meent dat er teveel op het spel staat om ook maar één steen onder het wetenschappelijke bouwsel vandaan te laten trekken. “Als ik dan zeg dat de huidige AIDS-theorie zinloos, verloren, contraproductief en verpieterd is, zeg ik daarmee feitelijk dat vijfentwintig jaren inzet van een enorme hoeveelheid energie, publicaties en geld verspild zijn,” zegt hij. “Dat is absoluut onacceptabel... Het gaat niet meer over wetenschap. Het is een religieuze kruistocht en iedereen die die religieuze kruistocht in twijfel trekt moet worden bestraft want dat is ketterij.”
Chemisch of virus?
Duesberg en anderen vragen zich af waarom er nog geen AIDS-vaccin is na bijna twintig jaren, terwijl Heckler bij haar HIV-persconferentie in april 1984 beloofde dat dit er binnen twee jaren zou zijn.
“HIV koppelen aan een virus werkt niet,” stelt Duesberg. “Jaar na jaar blijkt dat opnieuw en dat blijft ook zo. De besteding van al deze miljarden beschouw ik als bewijs van mijn hypothese dat het om chemie gaat en niet om een virus.”
Moore meent echter dat het zoeken naar een vaccin veel gecompliceerder is.
“Het is een buitengewoon moeilijk wetenschappelijk probleem waarmee de beste wetenschappers op dit terrein geen raad weten. Dat komt doordat de wisselwerking van HIV met het menselijk lichaam anders is dan die van andere virussen die veel eenvoudiger is... Als het even eenvoudig was als gele koorts of polio was het probleem al jaren geleden opgelost...”
“HIV maakt deel uit van de familie van lentivirussen binnen de retrovirussen,” zegt Moore. “Het is erg moeilijk geweest om vaccins in dieren te maken tegen andere lentivirussen met vergelijkbare eigenschappen.”
Tot op zekere hoogte zijn er ook tegenstrijdigheden in wat onderzoekers in het gangbare circuit menen dat waar is omtrent het AIDS-virus. Een andere reden bijvoorbeeld waarom het zo moeilijk is geweest een vaccin te produceren is, meent Moore, de “ongelooflijke variatie in het HIV-genoom.”
“Het is een zeer, zeer variabel virus omdat het zo snel muteert,” zegt Moore.
Dr. Davey Smith, assisterend professoraal medewerker aan de afdeling besmettelijke ziekten van de Universiteit van Californië in San Diego meent echter dat in zijn ervaring het virus niet is gemuteerd.
“Er zijn stapels studies daaromtrent,” zegt Smith, die een aantal specifieke vragen over HIV wilde beantwoorden zolang die niet in verband werden gebracht met het AIDS-dissidente standpunt. “Ik denk niet dat er werkelijk veel verschil is tussen het virus zoals dat nu circuleert en het virus dat twintig jaar geleden circuleerde.”
Een vaccin vinden was moeilijk, zegt Smith, door de wijze waarop het virus zichzelf opwerkt tot DNA.
“Zodra het in de bloedstroom raakt en zich integreert in iemands DNA woont het daar [...] en we krijgen het er niet meer uit,” zegt Smith. “Hoewel we iemand aan de therapie kunnen zetten en het virus belemmeren zichzelf te reproduceren kunnen we het niet uit het DNA krijgen. Zodra de therapie wordt gestopt vermenigvuldigt het zichzelf weer.”
Helder blijven denken
Het worstelen door de wetenschap aan beide zijden van het verhaal is dermate gecompliceerd dat een normaal mens die informatie over gezondheid zoekt soms aan zichzelf gaat twijfelen.
Een voormalig wetenschappelijk verslaggever die ook anoniem wil blijven in verband met problemen met zijn huidige werkkring en ondanks zijn duidelijke kritiek op het dissidente standpunt meent dat het het AIDS-establishment niet helpt om dissidenten domweg te negeren. Doorlopend onderzoek, debat en analyse van de feiten vormen uiteindelijk de kern van wetenschap.
“Ik heb nooit gemeend dat het helpt,” zegt hij. “Natuurlijk is er binnen de wetenschap, zoals bij iedere menselijke activiteit, een tendens om gevestigde meningen aan te vallen. Wat dus ook de orthodoxe mening is, er zullen altijd zichzelf herhalende meningen zijn. Dat is legitieme kritiek. Anderzijds is er een moment waarop het redelijk is te stellen dat de vraag al beantwoord is. De reden waarom je de vraag stelt is dat je niet luistert.” |