| Wetenschap, shitwetenschap,
en ...Robert Gallo – historisch overzicht
Wilhelm Godschalk
mei 2005
Het klassieke beeld dat velen nog hebben van wetenschappers is dat van een
man, die er op zijn 35ste in slaagt om er stokoud uit te zien, en die op een
zolderkamertje door een zelfgemaakte microscoop of telescoop zit te kijken of
er iets wereldschokkends te ontdekken valt. Of een in lompen geklede stakker
die in de kelder aan het proberen is om uit lood goud te maken. Natuurlijk is
de realiteit tegenwoordig heel anders. Wetenschappers zijn over het algemeen
brave huisvaders of -moeders, die een (te) duur huis hebben met een hypotheek
waar je 'Majesteit' tegen zegt, twee kinderen en een hond. Ze verlaten 's morgens
hun huis, op naar de collegezaal of het laboratorium, en zijn dan zo tegen het
middageten weer thuis.
Ze hoeven niet zelf hun microscoop te fabriceren, of enig ander apparaat. De
belastingbetaler neemt dat voor zijn rekening, en dat is maar goed ook, want
labspullen zijn tegenwoordig technisch bijzonder uitgekookt, en dus ongelooflijk
duur. Daar heeft de gemiddelde wetenschapper het geld niet voor. Hij of zij is
al blij als de studieschuld is afbetaald. Maar als je nu denkt dat het op die
manier een saai leventje is... wel, dan heb je groot gelijk.
Maar het kan ook anders. In de zestiger jaren van de vorige eeuw, toen het grootste
deel van de Westerse wereld heel naief de hippie aan het uithangen was, verscheen
er een nieuw type wetenschapper op het toneel. Je pikte ze er zo uit, zelfs diegenen
die nog aan hun studie bezig waren. Hun instelling was totaal anders: "Een
universiteit is een instelling waar alle facetten van de wetenschap beoefend
worden? Onzin! Je moet je op één enkel onderdeel richten, en dat
zo uitmelken dat je anderen op dat gebied voor blijft. Specialisatie, dat is
de sleutel tot succes. En alleen maar werken met wat de overheid ons toeschuift?
Dat moet anders! We moeten de industrie inschakelen. Daar gaat veel meer geld
om. Dus we richten zelf vennootschappen op, en stichtingen. Als je zo hard werkt
als ik, dan wil je toch ook wel eens je eigen jacht hebben, en een kasteeltje
in de Dordogne."
En zo geschiedde. Weliswaar hadden de meeste van deze nieuwlichters maar heel
povere capaciteiten op wetenschappelijk gebied (op zijn Amerikaans: "they
didn't know jack shit"), maar hun economische instelling (graaivaardigheid)
was 'right on the money'. Niet iedereen maakte het in deze competitieve wereld,
maar sommigen bereikten de top. Dat gaat zo: Je vormt met een aantal anderen
een clubje, en dan blijf je elkaar voortdurend op de schouder kloppen en veren
in elkaars reet steken. Nadat je clubgenoten een paar jaar overal uitgeblaat
hebben hoe geweldig je bent, gaan invloedrijke lieden het zowaar geloven, en
dan gaan er deuren voor je open... En voor je het weet heb je je jacht en je
kasteeltje.
Deze stroming stamde natuurlijk uit Amerika, waar dit idee op veel grotere
schaal werd verbreid. Natuurlijk: de grote industrieën hebben veel meer
geld te besteden aan research dan de overheid, die met belastinggeld vele andere
dingen moet bekostigen. Maar bedenk wel dat het bedrijfsleven andere prioriteiten
heeft dan een universiteit of een hospitaal. Er moet poen verdiend worden voor
de aandeelhouders (en de bestuurders).
En zo komen we dan aan bij het absolute laagtepunt in de historie van de wetenschap.
Bij Robert Gallo, de uitvinder van het HIV. (Jazeker, HIV is uitgevonden, niet
ontdekt). Gallo werkte in een lab van het Amerikaanse NIH (National Institutes
of Health). In de zeventiger jaren deed het belachelijke idee de ronde dat sommige
vormen van kanker werden veroorzaakt door een virus. Iedereen zocht naarstig
naar zo'n virus, want stel je voor dat je zoiets ontdekte... Zo ook Gallo, maar
in tegenstelling tot zijn collega's die alleen maar zochten en nooit iets vonden,
besloot hij om het toeval een handje te helpen. Hij kwam voor de dag met een
virus dat hij HL23 noemde (die alfabet-soep is kenmerkend voor researchers die
geen flauwe notie hebben waar ze over praten). De collega's waren niet onder
de indruk. Naarmate je de top nadert, wordt de concurrentie feller. Het bleek
dat Gallo's viruspreparaat niets met een een mensenvirus te maken had, maar een
mengsel was van wel drie apenvirussen. Maar Gallo was niet verslagen. Hij kwam
terug met twee zgn. 'leukemie-virussen', HTLV-1 en HRLV-2. Niet dat deze nieuwe
creaties echt leukemie veroorzaakten, maar het waren retrovirussen, een virustype
waar destijds maar weinig mensen iets vanaf wisten. En zoiets is toch aardig,
nietwaar?
De 'War on Cancer' van het Nixon-tijdperk ging als een nachtkaars uit, en alle
onderzoekers die hun carrière op gebakken lucht hadden gebouwd zaten nu
met de gebakken peren. Maar dat kon een man als Gallo niet tegenhouden. Hij had
heel wat in zijn mars, of liever gezegd zijn trukendoos: Bedrog, wangedrag, onkunde,
fraude, sabotage, achterklap, onderkruiperij, overdrijving, halve waarheden,
hele onwaarheden, pogingen tot omkoping, ontkenning, draaierij, en cover-ups,
om maar eens een paar termen uit de New York Times te citeren. Maar drommels,
als je vooruit wilt in het leven...
Gelukkig was er inmiddels een clubje homo-hatende artsen tot de ontdekking gekomen
dat er een (niet eens groot) aantal leden van de 'gay wereld' in slechte gezondheid
verkeerden. Wat ze allemaal gemeen hadden was dat hun immuniteit (weerstand tegen
infectieziekten) verzwakt was. Niet verbazingwekkend voor wie wel eens kennis
gemaakt heeft met dat wereldje in de zeventiger jaren: Veel te veel drugs en
drank, te weinig slaap en gezonde voeding. Maar een prachtgelegenheid om er een
nieuw soort syndroom uit te destilleren. Het werd eerst GRID genoemd (Gay-Related
ImmunoDeficiency), maar dat stuitte op felle bezwaren uit homo-kringen. Bovendien
zag de farma-industrie wel iets in een nieuwe epidemie. Maar een kleine markt
van alleen maar een stel nichten in San Francisco en New York zagen ze niet zo
zitten. Als het nu eens een ziekte betrof die iedereen kon krijgen, dan was er
geld te verdienen...
Dus GRID werd AIDS, en het syndroom AIDS werd later de ziekte AIDS. Goed, de
ziekte was uitgevonden. Nu nog een oorzaak, medicijnen om de nieuwe ziekte te
bestrijden; eventueel later een vaccin, en de buit is binnen!
Robert Gallo zat inmiddels met zijn failliete boedel van leukemie virussen, maar
hij zag onmiddellijk de nieuwe uitdaging: Als hij nu eens op de proppen kon komen
met een virus dat AIDS veroorzaakte...
Het geluk was met hem. Een ijverige Franse onderzoeker genaamd Luc Montagnier
had in een van zijn laboratoriumsoepjes een enzymatische activiteit gevonden
die tot dusver alleen toegeschreven werd aan retrovirussen. 'Reverse transcriptase'
heet dat in de vakliteratuur. Later bleek dat dit enzym heel alledaags is, en
in alle cellen bij de mens voorkomt, maar destijds wist men dit nog niet. Vol
naieve trots stuurde Montagnier wat van zijn celcultuur op naar Robert Gallo,
want daar in Amerika zaten toch de topdeskundigen... Helaas, hij had net zo goed
zijn ziel aan de duivel kunnen verkopen, want het bleek al gauw dat zijn vinding
in handen was gevallen van een doortrapte schurk. Gallo spoelde zijn eigen mislukte
sapjes door de plee, eigende zich Montagnier's celcultuur toe en noemde het HTLV-3.
Op 23 April 1984 stond hij onder de felle lampen op een persconferentie naast
de Amerikaanse minister van Volksgezondheid om aan te kondigen dat hij de oorzaak
van AIDS had gevonden. The rest is history.
Inmiddels werd de naam van HTLV-3 veranderd in HIV, om de samenhang met AIDS
te benadrukken. Let wel: Gallo zocht oorspronkelijk naar een virus dat kanker
verwekt. Toen hij het niet kon vinden (is ook moeilijk als het niet bestaat)
gebruikte hij het maar voor AIDS.
Jaren later gaf Montagnier eerlijk toe dat hij nooit ook maar één
virus partikeltje had geïsoleerd. Hij vond alleen maar een enzymatische
activiteit die toen uitsluitend aan retrovirussen werd toegeschreven. Sindsdien
praat men al 21 jaar over een virus dat niemand ooit echt gevonden heeft.
Achtergrond-leesvoer (Engels): www.sciencefictions.net/ |