EEN ANDERE KIJK OP HIV, AIDS, OORZAKEN, BEHANDELINGEN EN GEVOLGEN

Nieuw op de site:

HIV/AIDS en het NRC
Gouden toekomst
Aids of ondervoeding?
Kindergenocide
Hoe het begon
(Product) RED
Wereldaidsdag
$1.000.000 beloning
Zwanger? Oppassen!
Pseudowetenschap?

Actueel

Beginselverklaring

Dr. Wilhelm Godschalk legt nog eens haarfijn uit hoe dat nou zit met HIV/AIDS dissidenten.

Zijn column staat hier...

Eliza Jane Scovill died of an Allergic Reaction to Amoxicillin – Not AIDS

Christine Maggiore's dochter stierf niet aan AIDS, maar aan de gevolgen van een vorm van penicilline...!
Klik hier

HI VIRUS

index:

pseudowetenschap
hypothese/geloof 1
hypothese/geloof 2
bashing duesberg 1
bashing duesberg 2
eliza jane
vogelgriep 2
vogelgriep 1
het begin
shitwetenschap
verborgen kanten 1
verborgen kanten 2
smon
publieke opinie
hagen / duesberg
lymfeklieren
aids-dokter

De verborgen kanten van HIV – deel I

tekst: Liam Scheff
datum: 3 januari 2005
gevonden op: www.whale.to/a/scheff2.html
vertaling: Gert

“Knowing is beautiful”

Als journalist die over AIDS schrijft verbaas ik me mateloos over het verschil tussen het algemeen bekende en het vakmatige beeld dat bestaat van HIV; tussen wat openbaar wordt gemaakt en wat wordt verklaard in medische literatuur. Het algemene beeld van HIV is voldoende bekend: HIV is een seksueel overdraagbare aandoening die vooral toeslaat bij homoseksuele mannen, zwarte Amerikanen, drugsgebruikers en zo’n beetje heel Afrika, hoewel we zelf ook wel enig risico lopen. We worden aangemoedigd om ons te laten testen omdat, zoals op MTV wordt gepropageerd, ‘knowing is beautiful’. Uitsluitend AIDS-remmers schijnen te verhoeden dat het gehele Afrikaanse continent afglijdt naar de diepte van de oceaan.

In de medische literatuur wordt verschillende uitleg gegeven; sterk verschillend zelfs. Verslagen van HIV-tests, medicatie en patiënten, zowel als instructiemateriaal van medische opleidingen, de Centers for Disease Control (CDC) en fabrikanten van HIV-tests komen op het eerste gezicht overeen met de algemeen bestaande perceptie. Wanneer je echter verder leest wordt volkomen helder dat er geen standaard bestaat voor HIV-tests, dat ze arbitrair worden beoordeeld, dat AIDS ook voorkomt zonder HIV en, tot slot, dat de term HIV niet een eenduidig begrip is, maar in feite een verzameling is van niet-specifieke, op elkaar reagerend celmateriaal.

Dat is nogal een verschil.

Het bestaande beeld van AIDS wordt in stand gehouden door bezorgde mensen die wanhopig hulp bieden aan miljoenen Afrikanen die getroffen zijn door AIDS; de ziekte die al in de jaren 80 jonge Amerikaanse homoseksuelen trof. De medische literatuur wijst echter anders uit. Hieruit blijkt dat AIDS in Afrika van aanvang aan anders is gediagnosticeerd dan AIDS in de Verenigde Staten.

In 1985 organiseerde de World Health Organization een bijeenkomst in Bangui, de hoofdstad van de Centraal Afrikaanse Republiek. Voorzitter van Joseph McCormick; een afgevaardigde van de CDC. In zijn boek ‘Level 4 Hunters of the CDC’ schreef hij er het volgende over: “Als ik de deelnemers aan de WHO-bijeenkomst in Bangui tot een gezamenlijke, eenvoudige en eensluidende definitie zou kunnen brengen van wat AIDS in Afrika is, dan zou dat – hoe onvolledig ook – het begin kunnen zijn van het vaststellen van het aantal gevallen…”

Resulterend in: AIDS in Afrika vaststellen door fysieke symptomen zoals koorts, diarree, gewichtsverlies, hoesten of jeuk. (“AIDS IN Africa: an epidemiological paradigm”. Science, 1986)

In de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara leeft zo’n 60 procent van de bevolking zonder schoon drinkwater, behoorlijke voeding en basishygiëne. Een verslag uit september 2003 in het Oegandese dagblad ‘New Vision’ omschreef de situatie in Kampala, een stad met rond de 1,3 miljoen inwoners waar, zoals wel vaker in tropische gebieden, overstromingen bij de seizoenen horen. Er wordt onder meer geschreven over ‘hopen ondefinieerbare afval’ tussen de druk bevolkte huizen in de overstromingsgebieden en ‘ontelbare hoeveelheden waterplassen, die kweekvijvers vormden voor muggen en een milieu waarin cholera kon gedijen.”

“Latrines werden aangelegd boven stromend water. Bij regenval maakten de bewoners gewoonlijk een opening om de inhoud van de latrines weg te laten spoelen. De regen voerde dat dan af naar riviertjes, waaruit daarna weer water werd geput.
Er zijn niet veel mensen die beschikken over een toilet. Sommigen doen hun behoefte in plastic zakken die ze dan in de rivier gooien. Dat worden dan vliegende wc’s genoemd.”

De ‘Ugandan National Water and Sewage Corporation’ stelt dat momenteel 55 procent van Kampala voorzien wordt van schoon water en dat slechts 8 procent van het riool wordt gezuiverd.

In landelijke gebieden is zelden schoon water beschikbaar. Mensen gebruiken rivieren om er hun kleren in te wassen, er in te baden en hun afval in te dumpen.
Plaatsen om water in te nemen worden gedeeld met vee, dat er drinkt, baadt, urineert en zich ontlast. Ongecontroleerd menselijk afval verontreinigt het water met besmettelijke en vaak dodelijke bacteriën. In stilstaand water gedijen muggen die malaria overbrengen. Besmettelijke diarree, dysenterie, cholera, tuberculose, malaria en gebrek aan voedsel zijn de belangrijkste doodsoorzaken in Afrika. Maar in 1985 kregen ze AIDS.

De berichten in media als VH1 en MTV over miljoenen geïnfecteerden slaan dit soort informatie over. Ik weet niet wat ik moet doen met het gegeven dat er 40 miljoen mensen stervende zijn en dat daar niets aan te doen is. Waarom gaan we niet aan de slag om bronnen te slaan en voor schoon water te zorgen en rioolsystemen tot stand te brengen voor de Afrikanen? Als we zo betrokken zijn is het toch belachelijk om niet onmiddellijk te beginnen met een ‘schoon water voor Afrika’ campagne? Over zoiets heb ik echter nog niets vernomen.

De aanbevelingen van de VN voor Afrika spreken echter het tegenovergestelde: miljarden dollars onttrekken aan sociale voorzieningen, onderwijs en gezondheidsprojecten, infrastructuur en ontwikkeling van landelijke gebieden en deze ‘herstructureren’ naar seksuele voorlichting (UNAIDS, 1999). Geen schoon water, maar heel veel kapotjes.

Het is me duidelijk dat Afrika AIDS-medicijnen krijgt opgedrongen. Middelen als AZT en Nevirapine, bedoeld om de verspreiding van HIV tegen te gaan, met name bij zwangere vrouwen. AZT en Nevirapine beëindigen echter ook levens. Medische literatuur en waarschuwingsstickers noemen de neveneffecten, zoals bloedceldestructie, misgeboorten, afsterven van beenmerg, spontane abortus, organen die het laten afweten en dodelijke huidaandoeningen. De bijsluiter verklaart ook dat deze medicatie “HIV niet stopt of AIDS voorkomt”.

De bedrijven die deze medicijnen produceren varen wel bij het algemene begrip dat HIV is vastgesteld bij Afrikaanse AIDS-patiënten en dat die slachtoffers van gebrek-aan-schoon-water en armoede gezond kunnen worden door AZT en/of Nevirapine te slikken.

Een uitstekende vorm van kapitalisme, maar een beroerde vorm van gezondheidszorg.

Er lopen momenteel diverse reclamecampagnes op MTV en soortgelijke zenders met aantrekkelijke stellen, gekleurd en blank, elkaar aanrakend, liefkozend, sensueel, inleidend tot seks. De camera glijdt over hun lichamen, handen, nek, mond, rug, benen, armen - en we zien een klein pleistertje op hun arm, om aan te duiden waar bloed is geprikt voor een HIV-test. Op de achtergrond klinkt “Knowing is beautiful, get tested”.

In een artikel in de ‘San Francisco Chronicle’ uit september 2004 wordt duidelijk wat we moeten verstaan onder de beauty van zo’n test. Het ging over Jim Malone, een 59 jaar oude veteraan die in 1996 te horen had gekregen dat hij HIV-seropositief was. Zijn gezondheidssituatie werd vastgesteld als ‘ernstig’. Hij werd geclassificeerd als “definitief invalide en niet in staat tot arbeid of deelname aan welke inspannende bezigheid dan ook”.

Malone’s reactie: “Als ik niet kon eten, als ik me beroerd voelde, zei mijn thuisverzorgster altijd ‘Ja, Jim, dat komt door je ziekte’ en daarvan was ik dan weer overtuigd.”

In 2004 ontving hij een bericht van zijn arts waarin hem werd medegedeeld dat hij seronegatief was. In het ene ziekenhuis was hij positief getest, in het andere negatief. Niemand vroeg zich af waarom de tweede test meer accuraat was dan de eerste (die in het Veteran’s Hostpital was afgenomen). Na de foute diagnose en zo’n acht jaar in afwachting van een dodelijke afloop zegt Malone: “Vertrouw één enkele AIDS-test niet. Laat je nogmaals testen, hertesten en opnieuw testen.”

In het betreffende artikel verzekerden AIDS-experts de lezers dat de kwestie ‘uitzonderlijk zeldzaam’ was, maar medische literatuur toont iets heel anders aan.

In 1985, toen het testen op HIV van de grond kwam, was bekend dat 68 tot 89 procent van herhaaltests met ELISA (HIV afweerstoffen) gewoonlijk een valse positieve indicatie opleverden, zo valt te lezen in het NEJM (New England Journal of Medicine, 312, 1985).

In 1992 schrijft The Lancet dat er op 66 correcte positieve indicaties 30.000 valse werden geregistreerd. Bij zwangere vrouwen was die verhouding 8.000 vals tegenover 6 correct (Lancet, 339, 1992).

In september 2000 meldt het Archive of Family Medicine dat hoe meer vrouwen er worden getest, hoe groter het aantal vals-positieve en dubbelzinnige uitslagen worden geregistreerd (Archives of Family Medicine, sept/okt 2000).

De hierboven bedoelde tests zijn standaard HIV-tests, zoals in advertenties worden aanbevolen. De formele naam is ELISA of EIA (Enzyme-linked Immunosorbant Assay). Het zijn afweerstoffen-tests. De tests bevatten proteïnen die reageren op afweerstoffen in het bloed.

In de Verenigde Staten wordt je in eerste instantie getest met ELISA. Als je bloed reageert wordt een tweede test uitgevoerd, ook gebaseerd op ELISA. Waarom zou de tweede test meer accuraat zijn dan de eerste? Het is protocol. Als ook de tweede ELISA test positief is wordt er een derde test uitgevoerd als bevestiging: de Western Blot. Maar dat gebeurt in de VS. In een aantal landen wordt één ELISA voldoende geacht.

Juist doordat HIV-tests gebaseerd zijn op afweerstoffen zijn er zoveel vals-positieve uitslagen. Afweerstoffen (ook wel aangeduid als antilichamen) reageren op elkaar. We maken ze doorlopend aan als gevolg van stress, slechte voeding, ziekte, drugsgebruik, eten, een wondje, een griepje, zelfs zwangerschap. Dergelijke afweerstoffen zijn bekende oorzaken van vals-positieve resultaten van HIV-tests.

In de medische literatuur vinden we tientallen oorzaken voor positieve HIV-tests: “bloedtransfusies, transplantaties, zwangerschap, immuniteitsafwijkingen, tumoren, leverschade door alcoholgebruik of oorzaken die nog niet duidelijk zijn…” (Archives of Family Medicine, sept/okt 2000).

“Menselijke fouten of technisch falen, andere virussen, vaccinaties” (Infectious Disease Clinician of North America, 7, 1993).

“Leverziekten, erfelijke aandoeningen, hemidialyse of vaccinaties tegen hepatitis B, rabies, griep…” (Archives of Internal Medicine, augustus 2000).

“Ongepasteuriseerde koemelk… contact met rundvee of een reactie op andere menselijke retrovirussen” ( Transfusion, 1988).

Zelfs de woonplaats schijnt van belang te zijn.

“Bewoners van bepaalde gebieden kunnen kruisreactieve afweerstoffen vertonen als gevolg van lokaal bestaande (niet-HIV) retrovirussen” (Medicine International 56, 1988).

Hetzelfde geldt voor de bevestigingstest: de Western Blot.

Oorzaken van onduidelijke uitslagen van de Western Blot-test kunnen zijn: “lymfatische afwijkingen, multiple sclerose, intraveneus drugsgebruik, leveraandoeningen of afwijkingen van het immuunsysteem. Bovendien zijn er kennelijk gezonde personen die kruisreacties vertonen van afweerstoffen…” (Archives of Internal Medicine, augustus 2000).

“De Western Blot wordt niet gebruikt als controlemiddel … het geeft een onacceptabel hoog percentage dubbelzinnige resultaten” (Archives of Family Medicine, sept/okt 2000).

Zwangerschap wordt doorlopend aangeduid als een oorzaak van positieve uitslagen, zelfs door de producenten van de tests. “Vals-positieve uitslagen kunnen worden veroorzaakt door een (eerdere) zwangerschap, bloedtransfusies … en andere niet-specifieke reacties” (Vironostika HIV test, 2003).

Dit is van belang voor Afrika omdat de schattingen voor dat continent bijna geheel zijn gebaseerd op het testen van zwangere vrouwen.

Dit jaar is het besmettingspercentage van HIV onder jonge vrouwen in Zimbabwe aanzienlijk afgenomen, van 32,5 naar 6 procent. Een afname van 81 procent. Van de ene dag op de andere, als het ware! De vertegenwoordiger van UNICEF voor Swaziland , dr. Alan Brody, verklaarde dit als volgt: “Het probleem is dat alle sero-onderzoek afkomstig was van zwangere vrouwen en dat deze informatie werd geëxtrapoleerd naar de gehele bevolking” (PLUS News, augustus 2004).

Wanneer deze zwangere vrouwen een test ondergaan, worden ze vaak ook op andere ziektes getest, zoals syfilis. Met kruisreacties of vals-positieve uitslagen wordt geen rekening gehouden en er wordt ook geen tweede (controle)test uitgevoerd. Eén ELISA op één meisje en 32,5 procent van de bevolking is plotseling HIV-positief.

De Boston Globe van juni 2004 meldt dat “de huidige schatting van 40 miljoen mensen die met het AIDS-virus besmet zijn zo’n 25 tot 50 procent overdreven zijn”. Ze baseerden dat op het feit dat schattingen voor hele landen voor meer dan tien jaren gebaseerd waren geweest op “bloedmonsters van zwangere vrouwen uit klinieken”.

Niet alleen het aantal HIV-besmettingen wordt gebaseerd op tests op zwangere vrouwen. Ook het aantal AIDS-doden, AIDS-wezen, het aantal mensen dat antiretrovirale medicatie nodig heeft en de gemiddelde leeftijdsverwachting worden er op gebaseerd. Allemaal op grond van één test.

Deze informatie ontbreekt in de reclamecampagnes.

Er zijn momenteel in de literatuur meer dan 70 oorzaken te vinden voor een positieve uitslag. Sterker nog, uit de medische literatuur blijkt dat geen enkele uitslag van een HIV-test enige zekerheid biedt. Positief of negatief.

“Er zijn vals-positieve reacties vastgesteld met elk HIV-1 proteïne, recombinant of authentiek” (Clinical Chemistry 37, 1991).

“Het is derhalve niet mogelijk een specifieke relatie vast te stellen tussen de aanwezigheid van afweerstoffen en de aanwezigheid van een HIV-infectie” (Medicine International, 1988).

Voor hen die niet in vals-positieve uitslagen geloven: “de test geeft geen uitsluitsel of de betrokken persoon op dit ogenblik het virus met zich draagt” (Science, november 1999).

Fabrikanten van HIV-tests verklaren dat, wanneer er afweerstoffen worden vastgesteld, de test moet worden ‘geïnterpreteerd’. Er bestaat geen eensluidende of heldere definitie van HIV-positief of negatief. Er zijn slechts afweerstoffen aangetroffen. De reactie wordt in kleur aangeduid door een enzym, wat wordt herkend door een apparaat met de naam spectrofotometer. Dat apparaat maakt een indeling naar sterkte (niet specifiek), boven of onder een bepaalde waarde. Zit je boven die waarde dan ben je seropositief. Als je eronder zit wordt je als seronegatief beschouwd.

Hoe is dan die doorslaggevende grens bepaald? In het instructiemateriaal van de CDC lezen we: “Het vaststellen van de grenslijn die het verschil aangeeft tussen een positieve of negatieve uitslag is enigszins arbitrair” (CDC-EIS, ‘Screening for HIV’, 2003).

De medische faculteit van de Universiteit van Vermont sluit zich bij het voorgaande aan: `Waar een scheidslijn wordt getrokken bij een diagnostische test kan dit ietwat arbitrair zijn … Waar zou een bestuurder van een bloedbank waar gedoneerd bloed wordt onderzocht op de aanwezigheid van HIV afweerstoffen de grens trekken? … Waar zou een onderzoeker de grens trekken om te bepalen welke patiënten deel gaan nemen aan een klinische test met een nieuw, experimenteel en mogelijk giftig antiretroviraal middel?” (Leermodule ‘Testing for HIV Infection’, Universiteit van Vermont, Medische Faculteit).

In 1995 bleek uit een studie van vier belangrijke merken HIV-tests dat ze alle vier verschillende grenslijnen vertoonden en, als gevolg daarvan, van elkaar afwijkende testresultaten voor het zelfde monster gaven. “Grenslijnen vertonen geen verband tussen de onderzochte ELISA-paren” en het resultaat van een test had “geen voorspellende waarde” voor de uitslag van de overige tests. (INQS-DSH, Brazilië, 1995)

Ik heb nog nooit gehoord dat iemand werd gevraagd waar hij de ‘grenslijn’ zou willen trekken om te bepalen of hij positief of negatief getest zou moeten worden, omdat het eigenlijk een ‘ietwat arbitraire’ test is.

In Groot Brittannië wordt je positief bevonden na twee ELISA-tests. In de Verenigde Staten wordt een derde, doorslaggevende test uitgevoerd om de voorgaande twee te bevestigen. Die derde test heet Western Blot. Er worden daarbij dezelfde proteïnen gebruikt, in een andere samenstelling. Dezelfde proteïnen, dezelfde niet-specifieke reacties, maar in dit geval worden de resultaten gelezen als regels op een pagina, zonder kleurverandering.

Welke regels zijn HIV-positief? Dat hangt er van af waar je bent, in welk laboratorium en welk pakket er wordt gebruikt.

De Mayo Clinic maakt er melding van dat “de Western Blot methode niet is gestandaardiseerd en subjectief is waar het gaat om de interpretaties van de regelpatronen” (Mayo Clinic Procedural, 1988).

In een studie in het Journal of the American Medical Association uit 1988 staat dat 19 verschillende tests op één bloedmonster resulteerde in 19 verschillende Western Blot uitslagen (JAMA 260, 1988).

In een overzicht in Bio/Technology van 1993 lezen we dat de FDA, het CDC met het Ministerie van Defensie en het Rode Kruis de uitslagen van de Western Blot allemaal verschillend interpreteren en stellen vervolgens vast dat “alle andere vooraanstaande laboratoria in de VS hun eigen criteria hebben bij het testen op HIV” (Bio/Technology, juni 1993).

In het begin van de jaren 90, wellicht als reactie op de groeiende onvrede in de medische wereld over het gebrek aan precisie van de tests, introduceerde Roche Laboratories een nieuwe genetische test, met de naam ‘Viral Load’, gebaseerd op een techniek met de naam PCR. Wat deugt er van dit nieuwe genetische wonder?

Een eerste reactie op die technologie in het Journal of AIDS uit 1991 schrijft dat “een concreet positieve PCR-test niet kan worden onderscheiden van een vals-positief” (J.AIDS, 1991).

Een studie uit 1992 stelt “een verontrustend hoog percentage niet-specifieke positieve uitslagen” vast en geeft aan dat 18 procent afweerstof-negatieve (onder de grenslijn) patiënten een positieve Viral Load uitslag kregen (AIDS, 1992)

Uit een studie uit 2001 blijkt dat de tests totaal verschillende resultaten gaven op basis van een en hetzelfde bloedmonster en dat de tests ook verschilden met die welke met andere merken werden uitgevoerd (CDC MMWR, 16 november 2001).

Een Afrikaanse studie in 2002 wees uit dat er een hoge Viral Load werd gemeten bij patiënten met lintworm, maar dat dit spoedig afnam zodra dat probleem werd behandeld. De titel van dat onderzoek zegt al genoeg: “Treatment of Intestinal Worms is associated with Decreased HIV Plasma Viral Load” (J.AIDS, september 2002).

Roche Laboratories, de firma die de PCR-tests op de markt brengt, plaatst de volgende waarschuwing bij haar product:

“De AMPLICOR HIV-1 MONITOR test … is niet bedoeld om een HIV-test te bevestigen of als diagnostische test om de aanwezigheid van een HIV-infectie vast te stellen.”

Maar dat is wel exact waarvoor de test wordt toegepast, om zwangere vrouwen ervan te overtuigen dat ze AZT en Nevirapine moeten gaan slikken en anderen om te beginnen met medicatie.

De medische literatuur voegt aan dit alles iets verbluffends toe. We lezen daar dat de oorzaak dat HIV-tests zo niet-specifiek zijn en geïnterpreteerd moeten worden gelegen is in het feit dat er “geen gouden virologie-standaard” is voor HIV-tests.

De achtergrond van deze verklaring, vanuit zowel medisch als sociaal perspectief, is uiterst diepzinnig. Die “gouden virologie-standaard” is het geïsoleerde virus dat artsen beweren indirect vast te stellen door de test.

Tests op afweerstoffen vertonen altijd kruisreacties omdat afweerstoffen niet-specifiek zijn. Om een test valide te maken moet het virus worden gevonden in het bloed van de patiënt.

Je neemt bloed af, laat het draaien in een centrifuge, en je zit met miljoenen kleine virusdeeltjes die je simpelweg kunt fotograferen onder een microscoop. Je kunt het virus ontleden, het gewicht van de proteïnen vaststellen en z’n genetische structuur registreren. Dat is de gouden standaard van de virologie. Op de een of andere manier missen de HIV-tests dat.

In 1986 meldde JAMA dat er “geen vastgestelde standaard bestaat om HTLV-III (HIV) vast te stellen bij niet-symptomatische personen (JAMA, 18 juli 1986).

In 1987 schreef de New England Journal of Medicine dat “De betekenis van positieve testuitslagen wordt bepaald door de verhouding in de (ELISA/WB) vals-positieve uitslagen. Aangezien er geen gouden standaard bestaat is niet bekend hoe die verhouding momenteel ligt. Het valt dan ook niet vast te stellen wat dit zou betekenen in een controleprogramma op grote schaal” (Screening for HIV: can we afford the false positive rate? – NEJM, 1987).

We gaan naar 1996. JAMA meldt opnieuw: “het vaststellen van HIV bij kinderen is met name moeilijk omdat er geen referentiekader bestaat, er is geen ‘gouden standaard’ voor het testen, op grond waarvan zonder twijfel kan worden vastgesteld of de patiënt is geïnfecteerd (JAMA, mei 1996).

In 1997 maakte Abbott Laboraties – de toonaangevende producent van HIV-tests bekend dat er “momenteel geen erkende standaard bestaat op de aanwezigheid om de afwezigheid van HIV-afweerstoffen in menselijk bloed vast te stellen” (Abbott Laboritories HIV Elisa Test, 1997).

Het Journal AIDS meldt in 2000 dat “2,9 tot 12,3 procent vrouwen in een studie positief getest worden, ‘afhankelijk van de gebruikte test’”, maar “aangezien er geen gouden-standaard-test is vastgesteld is het niet duidelijk welke van die waarden het dichtst bij het werkelijke percentage komt…” (AIDS, 14, 2000).

Als er een virologische gouden standaard zou bestaan zou een HIV-test eenvoudig en accuraat zijn. Je draait het bloed van de patiënt in een centrifuge en vindt het deeltje. Dat wordt niet gedaan en onder elkaar zeggen ze dat ze dat ook niet kunnen.

Dat is de reden waarom testuitslagen worden vastgesteld op basis van algoritmes – boven of onder een variërende scheidslijn, schattingen, gebaseerd op zwangere meisjes en dan van de ene op de andere dag geprojecteerd en geformuleerd.

Uit het doorlopend herhalen in de medische literatuur dat er geen gouden standaard bestaat mogen we opmaken dat wat gewoonlijk als HIV wordt aangeduid door ’s werelds belangrijkste AIDS-onderzoekers niet wordt gezien als één fenomeen, maar als een verzameling proteïnen en ongedefinieerd genetisch materiaal dat kruisreacties vertoont.

We zijn dan al heel ver verwijderd van wat normaal gesproken onder HIV wordt verstaan.

Vast staat overigens dat je niet HIV-positief getest hoeft te worden om te worden aangeduid als AIDS-patiënt. Je hoeft niet eens ziek te zijn.

In 1993 werd door de CDC een toevoeging aan de AIDS-categorie gedaan: “Idiopatische CD4 Lymphocytopenia”. Wat houdt dat dan in? AIDS zonder HIV.

In datzelfde jaar werd ook “AIDS zonder ziek te zijn” als categorie toegevoegd. Als je positief getest werd maar niet ziek was kon je toch een AIDS-diagnose krijgen. In 1997 bedroeg het aantal gezonde mensen met AIDS zo’n tweederde van alle AIDS-patiënten in de Verenigde Staten. Het was overigens ook het laatste jaar waarin deze cijfers werden gepubliceerd (CDC Year End Addition, 1997).

In Afrika doet een HIV-status er niet toe. Ook als je negatief test kun je als AIDS-patiënt bestempeld worden: Een studie in Ghana beschrijft “Onze aandacht is nu gericht op het grote aantal (59 procent) seronegatieve (HIV-negatieve) mensen die klinisch gediagnosticeerd zijn als AIDS-patiënt. Al deze patiënten hadden drie significante verschijnselen: gewichtsverlies, langdurig diarree en chronische koorts” (Lancet, oktober 1992).

Gemeten over een aantal landen in Afrika (Abidjan, Ivoorkust, Lusaka, Zambia en Kinshasa in Zaïre) waren 2215 van de 4383 personen (50 procent) HIV-negatief (Britisch Medical Journal, 1991).

AIDS zonder HIV, HIV-negatief en toch AIDS, geen virologische gouden standaard – allemaal begrippen die in advertenties achterwege blijven. Maar zelfs als je meerdere keren positief getest wordt zeggen de fabrikanten dat “het risico van het krijgen van AIDS of een als AIDS gedefinieerde aandoening bij niet-symptomatische (niet zieke) personen onbekend is” (Abbott Laboratories HIV Test, 1997).

Als de gebruikelijke regels voor reclame hier zouden worden toegepast zouden die “knowing is beautiful” advertenties een disclaimer (afwijzing) moeten voeren, zoals bij tabaksreclame:

“Waarschuwing: Deze test maakt niet duidelijk of u met een virus besmet bent. Het kan aantonen dat u zwanger bent of drugs hebt gebruikt, of alcohol, of dat u een vaccinatie hebt ondergaan, dat u verkouden bent, een leveraandoening hebt, artritis, of gespannen bent, arm, hongerig of vermoeid. Of dat u Afrikaans bent. De test vertelt u niet of u blijft leven of gaat sterven. In feite hebben we geen idee wat een positieve of negatieve uitslag betekent.”

 

De auteur, Liam Scheff, is onderzoeksjournalist en een gezondheidsactivist. Zijn artikelen zijn gepubliceerd in New York Press, LA Citybeat en de Weekly Dig (Boston). Zijn verslag over het celdodende Nevirapine werd recentelijk uitgezonden in een BBC-documentaire.

zo maar een citaat
 

Weet jij wat je slikt?

Komt je internist met een nieuw voorstel? Kijk dan éérst hier!


Tine van der Maas doet er wat aan! Verbluffende filmfragmenten.

Nederlands ondertiteld!

Met dank aan...

Ton Geurtsen, voor het vertalen van al die citaten onderaan elke pagina.

© 2005-2008 Copyright Andere Kijk – alle rechten voorbehouden – ontwerp en bouw door Gert Brax
Deze website wordt niet gesponsord door de farmaceutische industrie